1.2. Adnexea van het oog
1.2.a. Oogkas
1.2.a.i. Art. 747 40 tot 70 %
Vernieling van een belangrijk gedeelte van de oogkas en van heel zijn inhoud, de oogbol inbegrepen, verminking zonder mogelijkheid van herstel.
1.2.a.ii. Art. 748
Trigeminusneuralgieën, pijnlijke zenuwtrekkingen: zie artikel 568.
1.2.a.iii. Art. 749
Oculair trofische stoornissen en neuroparalytisch syndroom wegens de verlamming van de oftalmische tak van de trigeminus:
Vermeerderen met 5 tot 10 %
1.2.a.iv. Art. 750
Ex-oftalmie / enoftalmie
Ten minste 3 mm verschil met de normale waarden:
- aan één oog 0 tot 2 %
- aan beide ogen 0 tot 4 %
1.2.b. Oogleden en bindvlies
1.2.b.i. Art. 751
Zichtbaar ectropium, hierin begrepen het getraan.
1. Aan één oog
- Eversie van het traanpunt 5 %
- Gapen van de fornix of aanwezigheid van een tranenwal 7 %
- Volledige eversie
2. Aan beide ogen
De percentages voor beide ogen samentellen.
1.2.b.ii. Art. 752
Zichtbaar en bestendig entropium, hierin begrepen het getraan.
1. Aan één oog
- Op 1/3 van de ooglidrand 5 %
- Op 2/3 van de ooglidrand 7 %
- Op heel de ooglidrand 10 %
2. Aan beide ogen
De percentages voor beide ogen samentellen
1.2.b.iii. Art. 752 bis
Lagoftalmie:
a. functioneel of door verlamming aan één oog
5 tot 10 %
b. functioneel of door verlamming aan beide ogen
10 tot 15 %
b. cicatricieel aan één oog 5 tot 15 %
cicatricieel aan beide ogen 10 tot 20 %
Mag niet gecumuleerd worden met de eventueel samengaande ec/entropium en getraan.
1.2.b.iv. Art. 753
Cicatriciële bindweefselstrengen, pseudo-pterygium, pterygoïd, volgens hun omvang en hun verwikkelingen 0 tot 15 %
N.B. Een invaliditeit van 15 % beantwoordt aan de gevallen met een begrenzing van de beweegbaarheid van de oogbol.
1.2.b.v. Art. 753bis
Chronische palpebro-conjunctivale prikkeling wegens talrijke ingebedde vreemde lichamen:
- aan één oog 0 tot 15 %
- aan beide ogen 0 tot 10 %
1.2.b.vi. Art. 754
Ptose wanneer, bij horizontale blikrichting, de pupil niet op normale wijze ontbloot kan worden:
1. Aan één oog
- 1/2 van de pupil kan niet ontbloot worden 5%
- 3/4 van de pupil kan niet ontbloot worden 7 %
- De pupil kan niet ontbloot worden 15 %
- Het hoornvlies kan niet ontbloot worden 20 %
2. Aan beide ogen
De percentages voor ieder oog samentellen
1.2.c. Traanstelsel
1.2.c.i. Art. 755
Getraan (epifora)
- alleenstaand, door obstructie, aan 1oog
3 tot 5 %
- alleenstaand, door obstructie, aan 2 ogen
5 tot 10 %
- alleenstaand, door obstructie, aan 2 ogen zichtbaar getraan door een mechanische of een neurale oorzaak 0 tot 3 %
1.2.c.ii. Art. 756
Geobjectiveerde lacrymale hyposecretie (sicca-syndroom):
- Aan één oog 0 tot 5 %
- Aan beide ogen 0 tot 10 %
1.2.c.iii. Art. 757
a. niet heelbare traanzakontsteking
- aan één oog 0 tot 5 %
- aan beide ogen 0 tot 10 %
b. traanfistel
- aan één oog 3 tot 5 %
- aan beide ogen 5 tot 10 %
N.B.: Alle percentages vermelden in bovenstaande rubriek 1.2.b houden ook het esthetisch nadeel in voortvloeiend uit het beschreven letsel.
