3. Autoverzekering
Bij het afsluiten van een autoverzekering moet de bestuurder een vragenlijst invullen waarin o.a. wordt gevraagd of de bestuurder of de andere leden van het gezin die met de wagen zullen rijden, een handicap hebben en over welke handicap het gaat. Indien de bestuurder invult: “aandoening van visuele aard”, kan de verzekeraar hem vragen een attest van de huisarts of de specialist binnen te brengen, waarop vermeld staat dat zijn ziekte geen beletsel is om een wagen te besturen. De behandelende arts beslist in eer en geweten of deze persoon veilig in het verkeer kan rijden. Krijgt de patiënt dit attest, dan wordt hij door de verzekeringsmaatschappij meestal aangenomen (uitzonderlijk geweigerd).
Hiervoor hoeft de verzekerde geen bijpremie te betalen, ofschoon sommige maatschappijen dit wel vragen.
Indien men een oogaandoening krijgt na het afsluiten van de verzekering of als de toestand verergert, moet dit ook aangegeven en genoteerd worden. Vele bestuurders verzwijgen hun ziekte voor hun verzekeringsinstelling. Wanneer zij een ongeval hebben waarvan de oorzaak hun aandoening is, heeft de verzekering het recht de schadevergoeding aan derden uitgekeerd terug te eisen van de bestuurder (het oorzakelijk verband moet echter worden bewezen).
Indien de patiënt een medisch attest heeft waarop vermeld staat dat hij in staat is om te rijden, dan is hij ook volledig gedekt door de verzekering.
