2.5. Zicht bij schemerlicht
Om rijgeschikt te zijn moet de kandidaat na vijf minuten aanpassing aan de duisternis een gezichtsscherpte vertonen van 2/10, eventueel met een optische correctie. De gezichtsscherpte wordt gemeten voor beide ogen samen aan de hand van een schaal van optotypen, zwarte letters op witte grond, belicht met één Lux, geplaatst op een afstand van vijf meter van de kandidaat.
Bij twijfel zal nader onderzoek met een adaptometer plaatsvinden. De maximaal toegestane afwijking bedraagt één logeenheid.
