2. Rijbewijsnormen
Normen betreffende de visuele functies waaraan de kandidaat voor een (voorlopig) rijbewijs of een leervergunning en de houder van een rijbewijs, moeten voldoen.
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
- kandidaat: de persoon die een rijbewijs, een voorlopig rijbewijs of een leervergunning aanvraagt, die om de verlenging van een rijbewijs verzoekt, of de houder van een rijbewijs van wie de lichamelijke of geestelijke toestand niet meer in overeenstemming is met de in deze bijlage vermelde minimumnormen;
- kandidaat van groep 1: de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van de categorie A3, A, B of B+E;
- kandidaat van groep 2: de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor het besturen van voertuigen van de categorie C, C+E, D of D+E, of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E en de bestuurders van voertuigen van de categorieën A en B die een voertuig besturen bestemd voor één van de vervoersdiensten opgesomd in art.43 (bezoldigd vervoer)
Om rijgeschikt te worden verklaard, dient de kandidaat aan de in deze bijlage voorgeschreven minimumnormen te voldoen en vrij te zijn van elke in deze bijlage opgenomen lichamelijke of geestelijke aandoening of afwijking, die zijn functionele mogelijkheden zodanig beperkt dat hij een gevaar kan opleveren voor de veiligheid bij het besturen van een motorvoertuig.
De oogarts houdt bij de beoordeling rekening met de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd en de omstandigheden waarin dit laatste zal worden gebruikt. Voor de kandidaten van groep 2, dient hij speciaal rekening te houden met de bijzondere risico’s en gevaren die verband houden met het besturen van voertuigen van deze categorieën en de subcategorieën en de mogelijke belemmering ervan door functiestoornissen of aandoeningen.
De rijgeschiktheid wordt bepaald na een grondig geneeskundig onderzoek waarbij alle middelen aangewend kunnen worden.
